Componisten/arrangeurs en teksten van ons wereldlijk repertoire.
Arr. B. Slagter
- Vdol po Piterskoi
Ach, langs de Piterskaja, Langs de Tverskaja-Jamskajastraat, ja ach, langs de Tverskaja-Jamskaja rijdt met belletjes, oh! Rijdt mijn lief zelf met zijn driespan, ach! Rijdt mijn schatje over de weggetjes, ach! Ik was op het feest, in het tuinhuis, ach! Ik dronk geen honingdrank, maar zoete wodka, ach! Zoete wodka en likeur, ja ach! Ik dronk, jong als ik was, uit een halve emmer, oh! Ach! Het ijs kraakt, het is geen mug, die piept, het is peetoom die naar peettante een snoekbaars sleept. Oh, tantetje jij duifje, kook, tante, de snoekbaars om een vissoepje te maken. Ach, een soepje met peterselietje, En kus mij, schatje van een tante. Ach, ach, kus mij, schatje van een tante
Arr. S. Latychev
- Rewe ta stoge
De brede Dnjepr brult en steunt, Een boze wind steekt op. Hij doet de hoge wilgen buigen tot de grond En als bergen de golven rijzen. De hanen hadden nog niet voor de 3e maal gekraaid, Niemand liet zich horen. De uilen in het bos riepen naar elkaar En de es kreunde keer op keer.
De brede Dnjepr brult en kreunt. Een boze wind steekt op. Hij doet de hoge wilgen buigen tot de grond En als bergen de golven rijzen.
Arr. S. Latychev
- Tsjornyj voron
De zwarte raaf Zwarte raaf, zwarte raaf, Wat cirkel je boven mij? Op je buit kun je lang wachten, Zwarte raaf, ik ben niet van jou. Wat spreid je je klauwen uit Boven mijn hoofd ? Of verwacht je buit ? Zwarte raaf, ik ben niet van jou. Vlieg naar mijn land, En zeg tegen mijn moedertje, Zeg jij tegen mijn lieve moedertje, Dat ik voor het vaderland gevallen ben. Een gloeiende pijl was de bekroning Temidden van de noodlottige slag. Ik zie, dat mijn dood eraan komt, Zwarte raaf, ik ben geheel van jou
Arr. B. Slagter
- Wetsjernyj zwon
Het avondgebeier, het avondgebeier, hoeveel gedachten roept dit op. Aan de dagen van mijn jeugd, waar ik heb liefgehad, waar het huis van mijn vader stond. En hoevelen zijn niet meer in leven, bom toen vrolijk en jong, bom Het avondgebeier, het avondgebeier, hoeveel gedachten roept dit op.
Arr. S. Latychev
- Soeliko
Soeliko Lang zwierf ik tussen de rotsen rond, Op zoek naar het graf van mijn geliefde, Maar haar vinden viel niet mee
Arr. A. Goeriljov
- Adnazwoetsjna grimiet
Eentonig rinkelt het belletje En de weg stuift zacht. En droevig verspreidt zich over de vlakte het lied van de postiljon. Zoveel droefheid ligt in dat treurige lied, Zoveel droefheid in die vertrouwde wijs, Dat in mijn koele kille borst, Mijn hart in vuur en vlam ontstak. En ik moest terug denken aan andere nachten en aan vertrouwde velden en bossen. En in mijn reeds lang verdroogde ogen, welde als een vonk, een traan op. Eentonig rinkelt het belletje, uit de verte zacht weerklinkend, en mijn postiljon zweeg, maar de weg vóór mij is lang.
Arr. S. Latychev
- Kalinka
Gelderse roos Gelderse Roos, Mijn Gelders Roosje. Bessenstruikje in de tuin van mij, Hee, Gelders Roosje van mij, Bessenstruikje in de tuin van mij Ach lieden, ach lieden
Och! Laat mij onder het groene boompje slapen.
Och! Groen boompje, ruis toch niet zo boven mij.
Och! Ik woon bij een goede landheer, maar ik verdiende niets.
Och! Schoonheid, meisjeszieltje, hou toch van mij!
Arr. S. Latychev
- De 12 Rovers
De twaalf rovers. Er waren eens twaalf rovers en hun hoofdman was Koedejaar. Veel bloed vergoten die rovers, van eerzame Christenen.
refrein Laat ons God de Heer aanbidden en de oude legende vertellen, zoals ons in het Solofkieklooster werd verteld door de eerwaarde monnik Pietieriem!
Veel rijkdommen maakten zij buit, in het dichte bos. De hoofdman heeft bij Kiev vandaan een schone maagd geschaakt.
Overdag vermeide hij zich met zijn lief, 's nachts trok hij op roof uit. Plotseling heeft de Heer het geweten van de rover wakker geschud.
Hij liet zijn vrienden en het roven in de steek en trad in het klooster om God en de mensen te dienen.
Arr. G. Satonov
- Pesn ovesjtsjem
Het lied over Helderziende (groot vorst) Oleg Thans begeeft De Helderziende Oleg zich op pad om wraak te nemen op de onverstandige Hazarieen; hun dorpen en akkers heeft hij voor hun stormaanval gedoemd tot vuur en zwaard. De muziek moet luider! Wij hebben overwonnen en de vijand is op de vlucht. Op onze koning, ons vaderland en ons geloof brullen wij luidkeels 'hoera, hoera, hoera'! Met zijn troepen, naar de muren van Constantinopel, rijdt de vorst door het veld op zijn trouwe paard. Uit het donkere bos loopt de bezielde tovenaar hem tegemoet “Zeg mij, tovenaar, lieveling van de goden, wat zal in mijn leven geschieden? En zal ik spoedig, tot vreugde van de naburige vijanden, in een graf onder de grond rusten? Onthul mij de hele waarheid, vrees mij niet; neem als beloning welk paard dan ook”
Arr. A. Novikov
- Dorogi
Och, die wegen … stof en nevel, kou, onrust en steppegras Je kunt jouw aandeel niet bevroeden, midden op de steppe kun je zomaar je vlerken (moeten) vouwen. Stof waait op onder de laarzen – over de steppen, de velden en rondom razen vlammen en fluiten de kogels.
Och, die wegen … stof en nevel, kou, onrust en steppegras Een schot weerklikt, een raaf cirkelt rond, je maat ligt levenloos in het onkruid. Maar de weg jakkert voort – kronkelt stoffig omhoog en rondom rookt de aarde – andermans aarde.
Och, die wegen … stof en nevel, kou, onrust en steppegras De rand van het dennenbos, de zon staat op, bij een gesneden vleugel wacht een moeder op haar zoon. En over eindeloze wegen – steppen, velden kijken verwante ogen je nog altijd na.
Och, die wegen ... stof en nevel, kou, onrust en steppegras Of het sneeuwt of waait, vrienden, de herinnering ... Die wegen kunnen we daar nooit meer uitbannen!
Arr. Samegrelo
- Nana - Sisatura
Een Georgisch wiegliedje
Cesar Cui
- Kraj ty moj
O, mijn streek, mijn geboorteland, Paarden galopperen in vrije loop, Aan de hemel geschreeuw van adelaars In de velden klinkt een wolvenstem
O, mijn vaderland! O, mijn dicht woud! Midden in de nacht klinkt gefluit van de nachtegaal, Wind, steppe en wolken!
G. Wasadze
- Bloemenland
Lied aan de hemel als een snaar in de hoogte, Je hebt ontvouwd je bloemenpracht Tsjirime vreugde schonk je mij..
Land waar ik mijn vrienden vond, het liefdesgeluk, Daar waar ogen zwart zijn als de nacht, Tsjirime seni savi tva lebi.
Hield iedereen maar zó van je blauwe bergen, Eén viooltje uit de bergen is mij, Tsjirime, schoner dan alle schoons van de wereld seni savi lebi.
A. Swesjnikov
- Vniz po matoesjke
Aan de benedenloop van de Wolga aan die brede, wijde stroom,
Aan die brede, wijde stroom barstte een hevig onweer los.
Er barstte een hevig onweer los, met stevige wind er boven
Een stevige wind er boven, beneden - hoge golven, er is niks te zien in die golven
Er is niks te zien in de golven, alleen een klein bootje tekent zich zwart af
alleen een klein bootje tekent zich zwart af en de zeilen schemeren wit
P. Tchaikowsky
- Bachuslied
‘Waar zijn de vrolijke stemmen gebleven?’, zo luiden de refreinen van Bacchus!
Lang leve de jonge vrouwen die van ons hielden! Schenk de glazen voller op de klinkende bodem!
Gooi de ringen van belofte in de wijn! Schenk voller! Laten we samen glazen heffen en proosten! Lang leve de muzen Lang leve het verstand! Jij, heilige zon, schijn! Een lampje wordt bleek, als de zon opstijgt
De valse wijsheid flikkert en smeult wanneer het verstand schijnt als de onsterfelijke zon Lang leve de zon, Weg met de duisternis
P. Tchaikowsky
- Vetjer
De zon schijnt met roze stralen en de toppen van de bergen staan in een rode gloed. Opnieuw stralen briljanten op de bloemen, de golven hebben zich in purper gehuld. Vanaf de zee vult het lied van de vissers de zuivere lucht en vanaf de gemaaide weiden geurt aroma.
De tijd om te slapen breekt aan, de vogelzang verstomt, Overal heerst vrede en rust. Wat is heel de schepping toch prachtig.
S. Taneev
- Venetië 's nachts
De spattende golven schitteren helder Zich stotend tegen graniet. De leeuw van Sint Marcus sluimert, En mijn tsarina slaapt.
Langs de verzilverde kanalen Staan de gekanteelde paleizen En late roeiers schitteren met hun slapeloze riemen.
Myriaden sterren stralen, in de stille nachtlucht De verzilverde kolossen slapen hun eeuwige slaap